‘Twijfel aan de bekwaamheid in de functie’ (en dan?)

Het komt bij elke maatschappij wel eens voor dat er bij een vlieger wordt getwijfeld aan de bekwaamheid in de functie. Dit speelt voornamelijk tijdens opleidingen en omscholingen. Er zal bij problemen in eerste instantie door de trainingsafdeling zelf naar oplossingen worden gezocht, bijvoorbeeld door extra training of een wisseling van instructeur. Vaak lost dit de problemen op. Indien dit niet het geval is zal er door de maatschappij een ‘beoordelingszaak’ worden gestart. In elke CAO staan procedures die dit proces regelen. Dit artikel geeft een algemeen beeld van dit proces.

Twijfel aan de bekwaamheid kan zijn ontstaan door het op dat moment onvoldoende functioneren van de vlieger zelf, maar kan ook andere oorzaken hebben. Privé-omstandigheden, onvolledige/onjuiste rapportages of ineffectieve instructie kunnen hebben bijgedragen aan de negatieve performance van de vlieger.
Na het stopzetten van de opleiding wordt aan de vlieger kenbaar gemaakt dat de maatschappij een beoordelingszaak zal starten. In sommige CAO’s staat een tijdslijn voor het daadwerkelijk starten van zo’n beoordelingszaak, in andere CAO’s is dat niet het geval. Het komt helaas nog steeds voor dat er dan weken, soms zelfs maanden overheen gaan voordat de beoordelingszaak daadwerkelijk plaatsvindt.

Een beoordelingszaak houdt in dat een commissie de gerezen twijfel onderzoekt. De invulling van deze beoordelingscommissie is vastgelegd in de CAO. Vaak maakt een VPO/chef-vlieger, een training manager/chef instructeur en een instructeur deel uit van deze commissie. Tevens is een personeelsfunctionaris en een VNV-waarnemer aanwezig.

De commissie onderzoekt de gerezen twijfel door analyse van de vliegerfile en hierover objectief en professioneel te discussiëren. Ook is het mogelijk dat de vlieger wordt gehoord. Uiteindelijk trekt de commissie een conclusie en stelt een advies op aan de EVPFO/hoofd vliegdienst/DFO/MFO. Deze beslist in laatste instantie.

De commissie Training en Beoordeling (T&B) van de VNV valt onder het bestuurslid professionele zaken. In deze commissie zitten vliegers van verschillende maatschappijen, vaak met instructie-ervaring. Zodra een beoordelingszaak wordt gestart, wordt de voorzitter van de commissie (Niels de Boer) ingelicht. Hij stelt vervolgens uit zijn commissie T&B een waarnemer aan. Vaak is dit een vlieger in dienst van dezelfde maatschappij die de beoordelingszaak start. De waarnemer neemt contact op met de vlieger (mits VNV-lid), en maakt een afspraak voor een intakegesprek. In dit gesprek krijgt de waarnemer informatie over de ervaringen van de betrokkene en wordt de vliegerfile doorgenomen. Tevens wordt in dit gesprek de rol van de waarnemer uitgelegd. Hij ziet toe op de juiste gang van zaken tijdens de beoordelingszaak (is de vliegerfile compleet, worden er geen ‘hear say’ argumenten aangedragen) en zet zich in om de belangen van de vlieger te behartigen. Belangrijk is wel dat de vliegveiligheid voor de waarnemer altijd prevaleert. Op deze wijze is het voor de waarnemer mogelijk om in de commissie een professionele bijdrage te leveren.

De beoordelingscommissie kan starten met het horen van de vlieger. Hij kan zijn visie geven op het geheel, en er kunnen enkele vragen ter opheldering worden gesteld door de commissieleden. Vervolgens wordt er in de commissie gekeken naar (mogelijke) oorzaken van de twijfel en/of prestaties, en wordt er gezocht naar oplossingen. Uiteindelijk mondt dit uit in een conclusie en een advies.

In het algemeen kan gesteld worden dat de leden van de commissie professioneel en objectief hun werk doen.
Het mag duidelijk zijn dat de zaken die in de commissie worden besproken vertrouwelijk worden behandeld.
Na afloop van de beoordelingszaak zal de betrokken vlieger door de waarnemer op de hoogte worden gesteld van het verloop ervan.
Hoewel de waarnemer volwaardig deelneemt aan de discussie, is hij geen lid van de commissie. Hij heeft derhalve geen stemrecht in het vaststellen van de uiteindelijke conclusie en het advies. Wel wordt na afloop gevraagd of hij zich hierin kan vinden. Mocht dit niet het geval zijn dan zal de waarnemer zijn afwijkende mening op schrift zetten. Deze wordt dan meegestuurd met de conclusie en het advies van de commissie aan de EVPFO/hoofd vliegdienst/DFO/MFO.

Om de juiste gang van zaken bij uw maatschappij te weten, kunt u uw eigen CAO raadplegen (Martinair en Transavia bijlage 17, KLM bijlage 6, Denim bijlage 13, CHC bijlage 7).
Mochten er zich problemen voordoen tijdens uw opleiding of omscholing, maak dit dan – voor zover niet of onvoldoende gesignaleerd door de instructeur – tijdig kenbaar aan uw instructeur en/of training manager/ chef instructeur. Uiteraard kunt u ook contact opnemen met de VNV.